Johannes Hubertus (Jan) Grégoire (Maastricht, 11 september 1887 - Amsterdam, 11
februari 1960) was een Nederlands kunstschilder en graficus.
Jan werd geboren in Maastricht, waar zijn moeder een café aan het Vrijthof
runde. Hij woonde en werkte tot 1910 in Maastricht, Brussel en Charleroi, waarna
hij zich definitief in Amsterdam vestigde.
Jan doorliep l'Ecole Normale des Arts du Dessin in Brussel. Hij kreeg o.a. les
van de schilder Jhr. Robert Graafland, die in 1902 de Zondagschool voor
Decoratieve Kunsten oprichtte. Daar leerde hij zijn leerlingen schilderen en
tekenen naar de natuur. Graafland was de leidsman van tal van Maastrichtse
arbeiderskinderen, in wie hij artistiek talent vermoedde. Hij leidde Jan de
wereld van het kunstenaarschap binnen. Ook spoorde hij hem later aan om naar de
Rijksacademie in Amsterdam te gaan (1913-15).
Jan verkreeg vele opdrachten en was een succesvol kunstenaar. Hij heeft zich ook
sterk gemaakt voor voorzieningsfondsen voor kunstenaars als voorloper van de
overheidsregeling, de zgn. 'contra-prestatie' om zo kunstenaars een kans te
geven. Tevens schreef hij twee romans en was hij lid van de sociëteit 'Arti et
Amicitiaë' in Amsterdam.
Jan Grégoire werd stamvader van een kunstenaarsfamilie. Zijn zoon Paul Grégoire
werd beeldhouwer. Van zijn kleinkinderen werd Pépé beeldhouwer en Kenne en
Hélène schilders. Eind 2008 - begin 2009 wordt in het Voerman Museum Hattem een
tentoonstelling gehouden worden, waar werk van drie generaties Grégoire te zien
is.
|